Foto en artikel overgenomen uit het Noord Holland Dagblad en geschreven door columnist Mirjam Kaijer: in dit artikel wordt ook onze buurtverbinder Marie Antoinette Loos genoemd.
Als ik gemeentehuis van Opmeer ben binnengelopen frommel en freubel nog wat aan mijn PowerPoint. Ik ga een lezing geven en de wethouder van Opmeer, Robert Tesselaar, zal mij inleiden. Daarna vertel ik een groep AED’ers over de risico’s en gezondheidsverschillen tussen vrouwen en mannen en dat het mannenlijf nog altijd de norm is en wat de gevolgen daarvan zijn.,
‘Ik moet wel om 20.30 uur weg,’ zeg ik tegen de eeuwig blije en opgewekte Marie-Antoinette Loos. Zij had mij benaderd. En ik ben niet de enige die vroegtijdig vertrekt: de wethouder en ik moeten allebei om half negen weg. Je zou bijna denken dat we samen een afspraakje hebben - en eigenlijk is dat ook zo. We zitten namelijk samen op salsales. Nou ja, samen… hij met zijn vrouw en ik met mijn man.
Dus na de lezing staan onze partners te popelen om ons rond te slingeren in het muzieklokaal van de lagere school van Hoogwoud, onder de bezielende begeleiding van dansdocent Helen Hensing.
Maar eerst hier mijn verhaal vertellen dus. Organisatoren Marie-Antoinette en Monique Klaver vertellen dat de AED’ers vrijwilligers zijn met het hart - wat een leuke woordspeling - op de juiste plek. Dankzij hun snelle optreden bij een hartstilstand — reanimatie of een AED — leven mensen nog, die er anders niet meer zouden zijn. ‘De huidige stand van zaken in Opmeer is dat er 257 AED-bedieners zijn en het aantal AED-locaties 33 is. Uit het laatste rapport blijkt hoe goed de gemeente Opmeer het doet in vergelijking met het landelijke gemiddelde: ze scoren bijna overal 100% dekking. Belangrijk want
elk jaar krijgen in Nederland meer dan 17.000 mensen buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Als er binnen zes minuten wordt gestart met reanimeren en een AED wordt gebruikt, verdubbelt of verdrievoudigt dat de overlevingskans.’
Na mijn betoog - en een geintje over dat ik stiekem een filmpje zal maken van dansende wethouder Robert - steekt Bertus Loos na mijn betoog over dat vrouwen anders ziek worden dan mannen, zijn hand op. ‘Mijn vader zei altijd al: vrouwe benne hulle rare jôôs.’ En dat is een waarheid als een koe. Een mooiere afsluiter is er niet.
Even later zwier ik met mijn man over de dansvloer. Van de medische klachten naar de vrolijke salsa - want je kan zware kost verkondigen, je moet het serieuze altijd afwisselen met iets luchtigs. En als hij weer op mijn tenen stapt, denk ik: manne benne ók hulle rare jôôs!